Zo wordt de beurs gebouwd

In zo’n zeven dagen tijd een tijdelijke stad voor tienduizenden mensen bouwen? Zo’n vijf á tien jaar geleden had Hugo Bosgraaf van Hutech je waarschijnlijk vierkant uitgelachen. Nu draait hij z’n hand er niet meer voor om. Hugo is de laatste jaren opgeklommen tot de bouwer van Wonen&Co de beurs. Wonen&Co ging bij hem op bezoek in zijn loods in Grijpskerk terwijl hij samen met z’n team de laatste hand legt aan de voorbereidingen.





Van niets naar iets

Zou je Hugo vragen wanneer Wonen&Co de beurs begint dan geeft ‘ie waarschijnlijk een heel ander antwoord dan de logische ‘donderdag 14 maart’. “Voor mij begint de beurs precies een week eerder. Donderdag 7 maart is zogezegd D-day”, aldus Hugo. Dan begint de bouw. In zo’n vijf dagen tijd tovert hij een leeg MartiniPlaza om tot een verrassend woonfestival. Het is vervolgens aan de specialisten om de casco huizen en stores in te richten. Doet hij dat alleen? Welnee. Naast Hugo maken vele mensen de Wonen&Co productie mogelijk. Dat Hugo een grote rol hierin speelt is echter een zekerheid. Dit vroege voorjaar is hij bijvoorbeeld de man achter grote huizen van onder meer Boer Staphorst, Home Center en Vesta. Het zijn drie van de grote blikvangers van Wonen&Co de beurs 2019.

“De afbouw is misschien wel het mooiste moment. Dan kijk je terug en besef je dat we het toch maar weer met z’n allen hebben geflikt”.

Vakbroeders

Zeg je Hugo, dan zeg je Koen. De gebroeders Bosgraaf runnen allebei hun eigen bedrijf, maar vinden elkaar in hun achtergrond als werktuigbouwer en zakelijk doen ze inmiddels bijna alles samen. Hugo en Koen ontwerpen en produceren loodsen, gebouwen, stalen sierdeuren, sierhekken, zolders én creëren dus evenementen. Samen bedenken ze het. Vervolgens werken ze met een club van zo’n twintig mannen (want ja, het is een mannenwereld) op locatie van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Dagelijks bestaat ‘team Hutech’ uit tien mensen en in no-time bouwen ze daarmee de hele beursvloer op.

“Met de dag dat Wonen&Co de beurs nadert vallen de puzzelstukken meer en meer in elkaar. We beginnen letterlijk op nul, vervolgens schieten de stands als paddenstoelen uit de grond om een paar dagen weer hetzelfde nulpunt te bereiken”. Op de vraag of dit dan ook jammer is, zoveel werk om uiteindelijk weer met een lege MartiniPlaza te eindigen, is Hugo stellig:

“De afbouw is gek genoeg misschien wel het mooiste moment. Dat is vaak het moment dat je terugkijkt en beseft dat we het toch maar weer met z’n allen hebben geflikt. Het ultieme wauw-gevoel”.